Met een psychologische test doe je een uitspraak over psychologische eigenschappen van een kandidaat ten opzichte van andere mensen. Online Talent Manager maakt hiervoor gebruik van de stanineschaal. Dit is een manier om scores te vergelijken die ook voor veel andere doelen wordt gebruikt. Bekijk de video of lees deze blog om meer te weten te komen over staninescores. 

 

 

 

 

Wat zegt een staninescore?

De staninescore geeft gestandaardiseerd aan of iemand hoger of lager scoort ten opzichte van de normgroep. De meeste mensen (54%) scoren een 4,5 of 6 op een eigenschap. Deze scores kun je in een rapport bijvoorbeeld uitdrukken als laaggemiddeld, gemiddeld en hooggemiddeld. Concreet betekent deze score dat mensen deze eigenschap in normale mate bezitten (ten opzichte van de gebruikte normgroep). Anders gezegd, deze mensen zullen om deze eigenschap niet opvallen.
Een veel kleiner deel van de mensen behaalt een hoge of juist lage score op een eigenschap. De scores 1,2 en 3 kun je uitdrukken als zeer laag, laag en ondergemiddeld en de scores 7,8 en 9 als bovengemiddeld, hoog en zeer hoog. Concreet betekent dit dat deze eigenschap in opvallende of zelfs abnormale mate aan- of afwezig is. Bijvoorbeeld iemand die een 8 scoort op de eigenschap dominantie zal in de ogen van anderen opvallen om zijn of haar dominante gedrag.

Stanines, kwaliteiten en valkuilen

Het meest typerend voor kandidaten (en daarom vaak het interessants) zijn dus de scores die weinig voorkomen, de 1,2,3,7,8 en 9. Deze scores wijken veel af van de ‘normale’ scores en kleuren hiermee iemands persoonlijkheid. Anderen zullen de eigenschap typeren als talent, kwaliteit, abnormaal, nare trek of valkuil. Hierbij wijs ik er nadrukkelijk op dat een lagere score op een eigenschap niet per definitie betekent dat het negatief, slecht of een valkuil is. Hetzelfde geldt voor een hogere score. Of een score positief, neutraal of negatief is wordt bepaald door de context waarin de test is afgenomen. Bijvoorbeeld, iemand scoort laag op sociabiliteit, hij is dus liever niet teveel onder de mensen. Hier is los van de context geen positieve of negatieve interpretatie aan te geven. Binnen de context van een selectie-assessment voor vrachtwagenchauffeur is dit een positief kenmerk, immers vrachtwagenchauffeurs zijn veel alleen. In de context van een buschauffeur streekvervoer wordt het al weer een ander verhaal.

Hoe komt de staninescore tot stand?

Stanine komt van ‘standard nine’ en staat voor een gestandaardiseerde schaal met 9 intervallen. Vaak vormen de ruwe scores een normaalverdeling (zie figuur) met een gemiddelde normscore en standaarddeviatie. De standaarddeviatie of standaardafwijking is een standaardmaat voor de spreiding tussen alle ruwe scores. De staninemethode deelt deze normaalverdeling op in 9 intervallen (zie figuur) met ieder een eigen staninescore (1 t/m 9). Hoe lager de ruwe scores ten opzichte van de gemiddelde normscore des te lager de bijbehorende staninescore.
De intervallen die rond de gemiddelde normscore liggen bevatten de grootste percentages van de totale ruwe scores. De stanines 4,5 en6 bevatten respectievelijk 17, 20 en 17 % van de totale ruwe scores en omvatten hiermee meer dan de helft van het totaal, 54 %. ( zie figuur). De intervallen die het verst van het gemiddelde liggen bevatten de kleinste percentages van de totale ruwe scores. De stanines 1,2 en 3 omvatten achtereenvolgens 4, 7 en 12 % van de totale ruwe scores. Hetzelfde geldt voor de stanines 7,8 en 9 welke respectievelijk 12, 7 en 4 % van de totale ruwe scores bevatten.

Bij al onze psychologische tests maken wij gebruik van staninescores. In de basistraining krijg je inzicht in hoe er op basis van de testvragen een staninescore wordt berekend.
– Joke Willems